LTO 2.0

Aan de vooravond van wederom een goed gecoördineerde semi-democratische bijeenkomst vanuit de LTO (met in haar kielzog de NZO) vraag ik mij oprecht af waarom je ze niet willen inzien dat draagkracht geen rekensom is en je uiteindelijk dus allemaal verliest. Morgen mag de NMV met beide partijen aan tafel en zal er gevraagd worden of ze mee willen doen aan de oprichting van zuivelnl 2.0.

De enige reden om een 2.0 versie op te richten is de conclusie dat de 1.0 versie niet meer werkt.

De vraag is voor wie het niet meer werkt. Naar aanleiding van mijn vraag in mijn blog ‘het best bewaarde geheim van LTO‘ heb ik het ministerie van LNV aangegeven dat ik denk dat LTO niet voldoet aan de representativiteitsreis die nodig is om als belangenbehartiger voor de sector te mogen spreken of een cao algemeen verbindend te laten verklaren. De reactie was als volgt:

‘Die veronderstelling is niet juist. Het precieze percentage melkveehouders dat lid is van lto is bij LNV niet bekend, maar zal naar verwachting boven de 50% liggen. Daarnaast wordt ongeveer 95% van alle in Nederland geproduceerde melk verwerkt door zuivelbedrijven die bij de NZO zijn aangesloten’ (LNV, 2018).

Mijn tweede vraag waarin ik aangeef dat de cijfers uit 2004 al duidelijk laten zien dat de organisatiegraad voor de hele sector naar 51% is gedaald en LTO nog steeds roept dat het bijna 70% is, wat ze nog niet hebben kunnen aantonen, heb ik geen reactie gekregen.

 

De reactie van de SER was ongeveer hetzelfde met de toevoeging dat ze wettelijk niet hoeven te vragen naar cijfers waaruit de representativiteitsgraad blijkt, zolang er geen andere belangenbehartiger opstaat om als derde partij aan tafel te willen zitten bij de SER. Ook in deze mail stond letterlijk, wij weten geen ledenaantallen, ondanks dat het allemaal daarom draait toch?

Zuivelnl

Tot een bepaalde tijd kon LTO nog geloven dat de afname van het ledental gewoon een landelijke trend was waar zij ook last van hadden. In dat licht kan ik er nog wel inkomen dat ze een nieuwe manier bedenken om toch de sector te kunnen blijven vertegenwoordigen. Een manier was samengaan met de NZO en ZuivelNL oprichten. Het is te begrijpen dat het een goed idee leek maar helemaal zuiver is het niet. het is een kunstgreep. Als het daarbij gebleven was, dan hadden wij het er waarschijnlijk amper nog over gehad. Maar de ledenaantallen bleven dramatisch teruglopen. Het vertrouwen in LTO als belangenbehartiger daalde tot het nulpunt (mochten de bestuursleden van LTO het tegendeel willen bewijzen, dan graag!) en de regelingen die getroffen werden leken vooral een compromis waar de veehouder gaf en de tegenpartij nam.

Als sector één front vormen is een mooi uitgangspunt en als daadwerkelijk 70% van de sector zich daarachter kan scharen dan moet de rest inderdaad niet zeiken. Maar er is de laatste tien jaar niet meer op basis van het ledenaantal aan de representativiteitsgraad voldaan maar enkel door steeds nieuwe constructies en samenwerkingsverbanden te bedenken.

 

Het overschatte collectief

Zoals Ewald Engelen in 2016 al aangaf, collectivisme is ontegenzeglijk links. Het lijkt alsof het collectief voor de ideale samenleving staat en wanneer hij voor de keuze staat zal hij altijd het individualisme afwijzen en instinctief voor het collectief kiezen. De overheid speelt daar handig op in zodat zij geen ‘gedoe’ krijgen met allerlei kleine partijen maar één grotere club in kan zetten.

Maar wie houden wij voor de gek, de sector heeft niets aan een club die het zo geliefde poldermodel van de overheid in stand kan houden. De sector heeft een pitbull nodig in plaats van een loopse teef! Als je graag aan tafel zit bij de hoge heren in Den Haag dan moet je daar maar solliciteren. Als je graag de sector wil vertegenwoordigen dan moet je af en toe van je afbijten en dan niet richting de mensen die een kritische vraag durven te stellen.

De paradox binnen de LTO

De beste mensen die de LTO in huis heeft, zijn mensen die vooral punten scoren (voor de LTO) op eigen titel.  Mensen die uren en uren besteden aan het werven van nieuwe leden, aan het uitleggen van beslissingen en bedenken van nieuwe initiatieven waar de leden en de hele landbouwsector weer voordeel uit kan halen. Maar de club mensen die het hardste roept om een collectieve aanpak, lijkt voor op basis van het individu zijn zakken te vullen. Welke ondernemer zou met de cijfers in onderstaande afbeelding nog durven te vertellen aan een ander hoe het moet?

ZuivelNL 2.0

En wat doe je als er geen nieuwe samenwerkingsverbanden of constructies meer te bedenken zijn? Juist dan begin je opnieuw te nummeren en ontstaat dus ZuivelNL 2.0 (lees, LTO 2.0).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: